Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.
Menu
Login redactie

Formularium Ouderenzorg

Hartfalen met bewaarde ejectiefractie

Literatuur geraadpleegd tot: 30/06/2017

  • Een echocardiografisch onderzoek maakt een onderscheid mogelijk tussen hartfalen met gedaalde ejectiefractie en hartfalen met bewaarde ejectiefractie.
  • Men neemt aan dat de niet-medicamenteuze maatregelen (zout- en vochtbeperking) dezelfde moeten zijn bij beide vormen van hartfalen. Een revalidatieprogramma op basis van fysieke activiteit verbetert de levenskwaliteit.
  • In geval van hartfalen met bewaarde ejectiefractie:
    • Bij gebrek aan studies is er geen enkele specifieke aanbeveling te geven voor een medicamenteuze aanpak.
    • Een aangepaste behandeling van de comorbiditeit is aanbevolen.

Behandeling

Te overwegen

Een aangepaste behandeling van de comorbiditeit (veelal hypertensie, voorkamerfibrillatie en ischemisch hartlijden (minder frequent)) is voorlopig de beste strategie in deze groep$​​​$​​​$​​​$​​​$​​​.
In dat kader moet men de gebruikelijke niet-medicamenteuze maatregelen in de cardiovasculaire preventie overwegen.

Een aangepaste behandeling van de comorbiditeit (veelal hypertensie, voorkamerfibrillatie en ischemisch hartlijden (minder frequent)) is voorlopig de beste strategie in deze groep patiënten met bewaarde ejectiefractie$​​​​$​​​​$​​​​$​​​​$​​​​.
ACE-inhibitoren en β-blokkers worden dan ook vaak gebruikt voor deze aandoeningen. Diuretica worden aanbevolen als symptomatische behandeling$​​​​$​​​​$​​​​$​​​​$​​​​.

Niet geselecteerd

Bij gebrek aan studies is er geen met evidentie onderbouwde aanbeveling te geven wat betreft de medicamenteuze aanpak bij hartfalen met bewaarde ejectiefractie$​​​​​​​​​​​​$​​​​​​​​​​​​$​​​​​​​​​​​​$​​​​​​​​​​​​$​​​​​​​​​​​​$​​​​​​​​​​​​. Er zijn momenteel geen aanwijzingen dat een bepaalde klasse geneesmiddelen, gebruikt bij hartfalen met gedaalde ejectiefractie, een gunstig effect zou hebben bij hartfalen met bewaarde ejectiefractie$​​​​​​​​​​​​.

ß-blokkers
In een populatie patiënten van gemiddeld 76 jaar (SD 12) met hartfalen en bewaarde ejectiefractie, toont een prospectieve observationele studie met paarsgewijze analyse volgens propensity score aan dat een behandeling met een ß-blokker de 'all-cause'-mortaliteit verlaagt, zonder verschil voor een gecombineerd eindpunt van 'all-cause'-mortaliteit en hospitalisatie wegens hartfalen$​​​​​​​. Deze bewijzen zijn onvoldoende om deze behandeling te kunnen aanbevelen.

Middelen inwerkend op het renine-angiotensinesysteem
Een prospectief observationeel cohortonderzoek suggereert dat antagonisten van het renine-angiotensinesysteem (in dit onderzoek overwegend ACE-inhibitoren) de mortaliteit gunstig beïnvloeden, maar de daling is zeer beperkt en kan verband houden met het gelijktijdig bestaan van andere indicaties om een ACE-inhibitor/sartaan voor te schrijven$​​​​​​​​​​​​$​​​​​​​​​​​​.

Spironolacton
Uit een belangrijke RCT die patiënten met een mediane leeftijd van 69 jaar met hartfalen met bewaarde ejectiefractie (≥ 45%) includeerde,  blijkt dat spironolacton niet werkzaam is om een gecombineerd cardiovasculair eindpunt te verminderen (cardiovasculaire mortaliteit, herstelde hartstilstand, hospitalisatie wegens hartfalen)$​​​​​​​. 

Digoxine
In een cohortstudie met paarsgewijze koppeling volgens propensity score wordt een gunstig effect vastgesteld van het opstarten van een behandeling met digoxine naar aanleiding van een hospitalisatie wegens hartfalen met gedaalde ejectiefractie (< 45%), maar niet bij bewaarde ejectiefractie (≥ 45%)$.

Isosorbide
Een multicenterstudie met permutatie toont aan dat patiënten behandeld met isosorbide (mononitraat) voor hartfalen met bewaarde ejectiefractie minder actief zijn, geen betere levenskwaliteit noch betere inspanningscapaciteit (submaximaal) vertonen dan patiënten die een placebo kregen$​​​​​​​. Bovendien kan dit geneesmiddel orthostatische hypotensie in de hand werken.

Feedback