Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.
Menu
Login redactie

Formularium Ouderenzorg

Acute nierkoliek

Literatuur geraadpleegd tot: 31/05/2017

  • NSAID's en morfine hebben een bewezen gunstig effect op de pijn.
  • De NSAID's zijn een eerste keuze omwille van een gunstiger bijwerkingenprofiel; maagbescherming is aanbevolen bij risicopatiënten.
  • Morfine houdt men best achter de hand voor de hardnekkige gevallen of wanneer NSAID's gecontra-indiceerd zijn.
  • Lokale warmteapplicatie is doeltreffend om nierkoliekpijn te verlichten.

Behandeling

Geselecteerd

Lokale warmteapplicatie werd onderzocht in een kleine RCT en lijkt nierkoliekpijn maar ook angst en misselijkheid te verminderen$.

Werkzaamheid

Uit een Cochrane meta-analyse gepubliceerd in 2004 blijkt dat acute nierkoliekpijn even goed reageert op NSAID’s  als op krachtige opioïden. Ook Clinical Evidence beveelt deze medicijnen aan als mogelijk werkzame behandelingen$​​​​​​​.

Veiligheid

Bij patiënten met een verhoogd risico van maagcomplicaties worden best maagbeschermende maatregelen genomen$​​​​​​​​​​​.

NSAID’s hebben een gunstiger bijwerkingenprofiel dan opioiden$​​​​​​​​​​​.

Selectie

Diclofenac intramusculair toegediend is een eerste keuze. Het middel is voor deze indicatie het best onderzocht en het vaakst aanbevolen$$​​​​​​​​​​​$​​​​​​​​​​​$.

Geselecteerde geneesmiddelen

Te overwegen

Werkzaamheid

  • Uit een Cochrane meta-analyse gepubliceerd in 2004 blijkt dat acute nierkoliekpijn even goed reageert op NSAID’s als op krachtige opioïden$​​​​​​​​​​​. Ook Clinical Evidence beveelt deze medicijnen aan als mogelijk werkzame behandelingen$​​​​​​​​​​​​​.
  • Indien diclofenac niet helpt of absoluut tegenaangewezen is, komt morfine (S.C. of I.M.) in aanmerking$​​​​​​​​​​​​​.
  • Een dubbelblinde RCT onderzocht het effect van buprenorfine via sublinguale weg versus placebo, maar ook versus morfine via intraveneuze weg. Er was geen verschil tussen de sublinguale en de intraveneuze weg voor verlichting van pijn, maar meer duizeligheid met buprenorfine (62% versus 38% met morfine IV)$​​​​.
  • Een dubbelblinde RCT$​​​​, uitgevoerd in een spoedgevallendienst, vergeleek de werkzaamheid op pijn (primair eindpunt = het percentage patiënten bij wie de pijn minstens 50% vermindert 30 minuten na toediening van de pijnstilling) van diclofenac 75 mg IM, morfine 0,1 mg/kg IV en paracetamol 1 g IV. Diclofenac IM was significant werkzamer dan morfine IV (OR = 1,35 met BI 95% van 1,05 tot 1,73). Dit bevestigt het nut van diclofenac in de eerste lijn. Merkwaardig genoeg was er geen verschil tussen morfine IV en paracetamol IV voor hetzelfde eindpunt (OR = 1,26 met BI 95% van 0,99 tot 1,62). Daarnaast waren er significant minder ongewenste effecten in de groepen die diclofenac en paracetamol kregen ten opzichte van de morfinegroep.

Veiligheid
Frequenter voorkomen van ongewenste effecten in vergelijking met NSAID's (vooral braken bij ongeveer 1 op 5 patiënten)$​​​​​​​​​​​​​.

Geselecteerde geneesmiddelen

Niet geselecteerd

Er is geen onderbouwing terug te vinden voor een gunstig effect op de pijn van het toedienen van extra vocht$​​$​​$.

Werkzaamheid

  • Een systematische review met meta-analyse toont aan dat de α1-blokkers het aantal expulsies van urinewegstenen (gemiddelde grootte 5.7mm) verhoogt zonder de frequentie van ernstige ongewenste effecten te verhogen. Ondanks de slechte kwaliteit van een groot aantal van de geïncludeerde studies blijft dit voordeel aanwezig indien men enkel de studies met een zwak of matig risico op bias includeert. 
  • Talrijke studies, meestal uitgevoerd in tweede lijn en van slechte methodologische kwaliteit, suggereren dat het toedienen van alfablokkers aan patiënten met symptomatische distale urinewegstenen het aantal expulsies verhoogt en de expulsieduur verlaagt in vergelijking met placebo en met controlegroepen$​​​​​​​​​​​​​​. Deze studies suggereren ook dat alfablokkers het aantal pijnepisodes, de intensiteit van de pijn en het gebruik van pijnstillers verminderen.
  • Meer recente studies tonen tegenstrijdige gegevens aan.$

Conclusie

Gezien de aard van deze gegevens, de zwakke bewijskracht van de tweedelijnsstudies, niet-overtuigende eerstelijnsstudies en mogelijke ongewenste effecten, vooral bij ouderen, selecteren wij geen enkele α1-blokker voor deze niet-geregistreerde (off-label) indicatie. Bij grote urinewegstenen (>7mm) kan een het voorschrijven van een α1-blokker geïndiceerd zijn. Dit vergt beoordeling d.m.v. een CT-scan en de beslissing tot behandeling zal door de uroloog genomen worden.

Het gebruik van spasmolytica moet vermeden worden omwille van het gebrek aan onderbouwing van de werkzaamheid en wegens de potentiële ongewenste effecten$$​.

Er is geen onderzoek terug te vinden dat aantoont dat het toedienen van een diureticum een gunstig effect heeft op de pijn$​​​.

Feedback