Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.
Menu
Login redactie

Formularium Ouderenzorg

Decubituswonden

Literatuur geraadpleegd tot: 15/08/2016

  • Preventieve maatregelen en regelmatige inspectie van de risicogebieden voor het optreden van decubitus zijn uitermate belangrijk bij risicopatiënten.
  • Bij een niet-wegdrukbare roodheid moeten preventieve maatregelen (wisselhoudingen en een aangepaste onderlaag) opgestart worden. 
  • Enkel voor “air-fluidised” bedden is er een vermoeden van therapeutische doeltreffendheid.
  • Voor de preventie en de behandeling van een hieldecubitus wordt het principe van de zwevende hielen aanbevolen.
  • Een actief ulcus wordt lokaal verzorgd volgens de principes beschreven in “[indications:258]”.

Behandeling

Geselecteerd

Bij bedlegerige of rolstoelafhankelijke patiënten moeten de voorkeurslokalisaties van decubitus (stuit, hiel, malleolus, tuber ischiadicum en trochanter major) minimum dagelijks geïnspecteerd worden om decubitus vroegtijdig op te sporen en een adequaat beleid in te stellen$​.

Preventieve maatregelen zijn uitermate belangrijk bij risicopatiënten. Een RCT$​​​​​​​​​​​​​​​​ toont aan dat het voldoende is preventieve maatregelen op te starten vanaf het ogenblik dat een niet-wegdrukbare roodheid optreedt. Deze patiënten vertonen niet meer doorligwonden dan degenen waarbij preventieve maatregelen genomen werden bij een Bradenschaal < 17. Het aantal patiënten dat preventieve maatregelen vereist, wordt hierdoor veel kleiner (16% versus 32%).

Wisselhouding
Een wisselhouding wordt preventief aangeraden$​​. Er zijn onvoldoende studies om te bepalen welke wisselhoudingen of -frequenties het beste zijn$​​​​​​. In richtlijnen worden het wisselen van houding om de 2 tot 4 uren aangeraden, waarbij een 30° positie de voorkeur krijgt. Een onderuitgezakte houding dient vermeden te worden$​​.  Ook bij gebruik van een antidecubitusmatras dient een wisselhouding toegepast te worden$​​​​​​. 

Onderlaag
Antidecubitusmatrassen en -kussens worden aanbevolen$​​​​​​. Specifieke antidecubitusmatrassen en onderleggers zijn werkzaam ter preventie van decubituswonden ten opzichte van standaardmatrassen.
De meerwaarde van "alternating pressure" ten opzichte van "constant low pressure" matrassen is in de preventie van decubitus onduidelijk; net als de verschillen tussen de verscheidene alternating pressure matrassen en onderleggers$​​​​​​$​​​​​​$​​​​​​.

Ter preventie van hieldecubitus zijn drukreducerende of alternerende matrassen onvoldoende. Ter hoogte van de hielen is de druk het laagst bij het toepassen van het principe van zwevende hielen. Hierbij wordt een kussen (idealiter een driehoekkussen) onder de onderbenen geplaatst van de knieholte tot aan de achillespees zodat de hiel niet langer op de matras steunt$​​​​​​​​​​​​​​​$​​​​​​​​​​​​​​​​$​​​​​​$​​.
Het gebruik van zwachtels ter hoogte van de hielen of ellebogen, of hulpmiddelen met uitsparingen bij zitten worden niet aangeraden$​​​​​​.

Wisselhouding

Een systematisch literatuuroverzicht vond geen studies over de werkzaamheid van wisselhoudingen bij decubitusulcera$​​​​​​, maar richtlijnen bevelen wel wisselhoudingen aan. Bij zitten dient de patiënt minimum eens per twee uur te wisselen van houdig; bij liggen minimum eens per vier uur. Een 30° lig of zijligging  heeft de voorkeur. Een onderuitgezakte houding dient vermeden te worden.  Ook bij gebruik van een antidecubitusmatras dient een wisselhouding toegepast te worden$​​​​​​$​​.

Onderlaag

Een literatuuroverzicht$​​​​​​​​​​​ brengt, in het kader van de behandeling van doorligwonden, enkel een bewijs voor een waarschijnlijk therapeutische doeltreffendheid voor “air-fluidised” bedden. In een ander literatuuroverzicht uit een Britse praktijkgids$​​​​​​​​​​​ wordt dit bevestigd voor dit type matras, maar niet voor andere types (afgewisselde druk, continue lage druk). 

Voor de behandeling van een hieldecubitus wordt aangeraden om het principe van zwevende hielen toe te passen. Hierbij wordt een kussen onder de onderbenen geplaatst van de knieholte tot aan de achillespees zodat de hiel niet langer steunt$​​​​​​​​​​​​$​​​​​​​​​​​$​​​​​​.

 

Bij het optreden van een actief ulcus moet de primaire preventie aangevuld worden met lokale wondbehandeling om verergering van het defect te voorkomen. Het bevorderen van de wondheling, het reduceren van complicaties, het debrideren van necrotisch weefsel en het verkleinen van de kans op infectie zijn belangrijk.

Lokale wondheling gebeurt volgens de [indications:258].

Er zijn onvoldoende gegevens uit studies om een bepaald wondverband boven een ander te verkiezen; de schaarse gegevens die er zijn tonen geen duidelijke verschillen aan$​​​​​​$​​​​​​$​​​​​​$​. De voorkeur van de patiënt en de zorgverstrekker gaat uit naar een verband dat een vochtig wondmilieu creëert, observatie van de wonde toelaat, een minder frequente verbandwissel vereist en gemakkelijk te verwijderen is$​​​​​​​​​​.

Te overwegen

Literatuuroverzichten van Clinical Evidence$​​​ en Cochrane$​​ vonden onvoldoende gegevens over het effect van voedingssupplementen op decubituswonden. Een later verschenen RCT toont echter het nut aan van een calorierijk en eiwitrijk voedingspreparaat (verrijkt met antioxidanten, arginine en zink) versus hetzelfde, maar niet-verrijkte preparaat bij ondervoede patiënten van gemiddeld 81 jaar voor de genezing van doorligwonden​​$​​​.

De richtlijn van het ACP adviseert proteïne- of aminozurensupplementen bij patiënten met decubituswonden$​​​, de NHG adviseert voedingssupplementen bij onvoldoende voedselinname$​​​. Het KCE vond onvoldoende bewijs om één voedingsinterventie boven een andere aan te bevelen, maar raadt aan het advies te winnen van een zorgverlener met specifieke competenties inzake voeding$​.

Feedback