Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.
Menu
Login redactie
Ga naar overzicht geneesmiddelen

Haloperidol

ATC: N05AD01

Haldol

Klik op de merknaam voor informatie over dit geneesmiddel via het BCFI.

Indicaties

Palliatieve zorg:

  • hik zonder duidelijke oorzaak, of na falen van metoclopramide voor het behandelen van hik ten gevolge van een maagstase
  • intestinale obstructie
  • verwardheid (onder andere delirium)
  • nausea van medicamenteuze oorsprong (opioïden) of metabole oorsprong (bv. ten gevolge van een nierinsufficiëntie en hypercalcemie

Zenuwstelsel:

Contra-indicaties

  • ziekte van Parkinson

Posologie

Wanneer een neurolepticum overwogen wordt bij oudere dementerende patiënten dient de behandeling zo kort mogelijk te zijn en aan de laagst mogelijke dosis.

De dosis moet individueel ingesteld worden op basis van de therapeutische respons en het optreden van extrapiramidale ongewenste effecten.

Delirium, agitatie, psychotisch gedrag, verwardheid:
  • aanvangsdosis: 0,5 mg tot 1 mg per dag in 1 of 2 giften (druppels of comprimés)
  • indien nodig de dosis verhogen na 4 tot 7 dagen tot een maximale dosis van 5 mg per dag (in meerdere giften)
  • bij stabiele toestand: geleidelijk de dosis verminderen
  • bij één inname per dag: inname ‘s avonds
  • druppels kunnen opgelost worden in vloeistof
  • im toediening: 2 tot 5 mg om de 4 tot 8 uur (te vermijden in palliatieve context)
  • bij episodes van acute verwardheid in palliatieve setting kan haloperidol (10 mg tot 30 mg per dag) geassocieerd worden aan midazolam (30 tot 60 mg per dag) in subcutaan infuus
Nausea:
  • 1,5 mg 1 tot 2 maal per dag per os of 5 mg per dag via continu infuus
Intestinale obstructie:
  • parenterale toediening van haloperidol (5 mg tot 10 mg/24 u), in combinatie met morfine (dosis afhankelijk van de hoeveelheid opiaat die reeds wordt toegediend) en butylhyoscine (60 mg tot 300 mg/24 u)
Hik:
  • 1,5 mg 3 maal per dag

Bij nierinsufficiëntie

  • bij nierinsufficiëntie (creatinineklaring <10 ml/min) de aanvangsdosis verminderen en dosis instellen op basis van therapeutische respons

Voorzorgen

(relatief in palliatieve setting)

  • opletten bij gebruik van druppels: deze zijn beschikbaar onder 2 verschillende concentraties: 2 mg/ml en 10 mg/ml
  • rekening houden met het risico van vallen en de gevolgen hiervan
  • bij patiënten met epilepsie kan het noodzakelijk zijn de dosis van de anti-epileptica aan te passen, vermits haloperidol de epilepsiedrempel kan verlagen
  • voorzichtigheid tijdens een hittegolf: stoornissen in de thermoregulatie zijn mogelijk

Ongewenste effecten

Incidentie van ongewenste effecten bij ouderen is dosisafhankelijk: dus steeds de laagst mogelijke noodzakelijk dosis gebruiken gedurende een zo kort mogelijke periode.

  • centraal zenuwstelsel: extrapiramidale verschijnselen (acute dystonie, parkinsonisme, bewegingsdrang, tardieve dyskinesie, maligne neuroleptisch syndroom), sedatie, verlagen van de convulsiedrempel
  • cardiovasculair systeem: orthostatische hypotensie (vooral bij parenterale toediening), tachycardie, verlenging van het QT-interval en aritmieën (risico van torsades de pointes), risico van plotse cardiale dood, vooral bij hoge doses of bij te snel verhogen van de dosering
  • toegenomen risico van overlijden bij demente patiënten (risico verhoogt naarmate de behandeling langer duurt)
  • verhoogd risico van veneuze thrombo-embolieën
  • anticholinerge effecten (in beperkte mate)
  • vaak slikstoornissen bij langdurige behandeling gecombineerd met tardieve dyskinesie (risico op cachexie, dehydratie, gevoel van verstikking, verslikken, pneumonie)

Interacties

+ antihypertensiva en alfa-blokkers (gebruikt n.a.v. prostaathypertrofie): verhoogd risico van orthostatische hypotensie

+ geneesmiddelen die het centrale zenuwstelsel onderdrukken en alcohol: haloperidol versterkt hun sedatief effect

+ geneesmiddelen die het QT-interval verlengen (zie $) , de hartfrequentie vertragen en hypokaliëmie veroorzaken: verhoogd risico van torsades de pointes

+ metoclopramide: verhoogd risico van extrapiramidale nevenverschijnselen

+ geneesmiddelen die de epileptogene drempel verlagen (zoals SSRI’s, tramadol, cholinesterase-inhibitoren): verhoogd risico op convulsies

+ levodopa en dopamine-agonisten: wederzijds antagonisme van deze geneesmiddelen

+ inductoren of inhitoren van CYP2D6 en CYP3A4 (zie $): beïnvloeding van het therapeutisch effect van haloperidol

Pletten en delen

  • delen: sommige specialiteiten zijn deelbaar (zie prijzentabel)
  • pletten: Haldol® compr. 2 mg, 5 mg en 20 mg mogen ex tempore geplet worden; er bestaan alternatieven (druppels en ampullen voor i.m. en i.v.-toediening)


Feedback

Feedback

Registreer u en blijf op de hoogte

U wil op de hoogte blijven over onze projecten;

het Formularium (Info), de (e)folia, de trasparantiefiches of onze nieuwe projecten ?

Registreer u hier