Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.
Menu
Login redactie

Formularium Ouderenzorg

QT-verlenging en torsades de pointes

Met toestemming overgenomen uit: Gecommentarieerd geneesmiddelenrepertorium BCFI 2015.

Torsades de pointes zijn mogelijk fataal verlopende ventrikeltachycardieën, meestal geassocieerd aan een lange QT-tijd op het elektrocardiogram (ECG). Er is daarom veel aandacht voor de QT-verlenging door geneesmiddelen. Of de QT-verlenging op ECG aanleiding zal geven tot aritmie is echter een complex proces, en aritmie treedt meestal slechts op bij een combinatie van risicofactoren. Het verband tussen QT-verlenging en optreden van torsades de pointes is meest duidelijk voor de antiaritmica disopyramide, kinidine en sotalol; amiodaron daarentegen veroorzaakt (niettegenstaande de duidelijke QT-verlenging) zelden torsades de pointes. Ook sommige niet-cardiale geneesmiddelen kunnen het QT-interval verlengen; torsades de pointes treden met deze middelen echter zelden op en meestal enkel bij bestaan van bijkomende risicofactoren. Risicofactoren voor verlenging van het QT-interval en torsades de pointes zijn: leeftijd > 65 jaar, vrouwelijk geslacht, hartlijden (hartfalen, ischemie, bradycardie, tweede- en derdegraads atrioventriculair blok), elektrolytenstoornissen (hypokaliëmie, hypomagnesiëmie). Er bestaat ook een congenitaal lang QT-syndroom.

Verlenging van het QT-interval werd beschreven met de H1-antihistaminica terfenadine en astemizol, die niet meer beschikbaar zijn; met de recenter geïntroduceerde H1-antihistaminica zijn de gegevens geruststellend. De lijst hieronder vermeldt de meeste geneesmiddelen waarvoor het risico van QT-verlenging goed bekend is.

Antiaritmica

  • Vooral klasse IA-antiaritmica (disopyramide) en klasse III-antiaritmica (amiodaron, sotalol), maar amiodaron geeft slechts zelden aanleiding tot torsades de pointes.
  • Minder frequent klasse IC-antiaritmica (bv. flecaïnide)
  • Het anti-emeticum domperidon (zie ook Folia juni 2013; vooral bij doses > 30 mg per dag)
  • Het anti-emeticum ondansetron (vooral in hoge intraveneuze doses)
  • Het narcotisch analgeticum methadon
  • Antipsychotica (vooral droperidol, pimozide, sertindol en hoge doses haloperidol)
  • Antidepressiva
    • Tricyclische antidepressiva (vooral bij overdosering)
    • Citalopram en escitalopram
  • Het centrale stimulans atomoxetine
  • Het anti-epilepticum retigabine

Anti-infectieuze middelen

  • Erythromycine (vooral i.v.), azithromycine, clarithromycine, telithromycine
  • Moxifloxacine (in mindere mate ook levofloxacine en ofloxacine)
  • Amfotericine B (vooral bij hoge doses en snelle infusie)
  • Chloroquine en hydroxychloroquine
  • Artemether + lumefantrine
  • Artenimol + piperaquine
  • Pentamidine
  • Sommige protease-inhibitoren (atazanavir, lopinavir, saquinavir)

Antitumorale middelen

  • Arseentrioxide
  • De tyrosinekinase-inhibitoren (dasatinib, gefitinib, imatinib, lapatinib, nilotinib, pazopanib, sorafenib, sunitinib, vandetanib)

Feedback