Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.
Menu
Login redactie

Formularium Ouderenzorg

Gastro-oesofagale refluxziekte (GORD)

Literatuur geraadpleegd tot: 31/03/2017

  • De medicamenteuze aanpak van reflux verschilt naargelang de ernst van de klachten, en indien een endoscopie uitgevoerd werd, naargelang de gevonden letsels.
  • Bij weinig uitgesproken refluxsymptomen volstaat dikwijls intermitterend gebruik van antacida.
  • Bij meer uitgesproken klachten kunnen PPI’s overwogen worden indien antiacida niet voldoende zijn. De behandeling wordt na 4 à 8 weken gestopt.
  • Bij uitgesproken refluxklachten met veel last ondanks slechts lichte endoscopische letsels of normale endoscopie, geldt dezelfde aanpak.
  • Bij ernstige endoscopische letsels geeft men onmiddellijk gedurende 4 à 8 weken een PPI. Na de genezing van de oesofagitis heeft de behandeling van gastro-oesofageale reflux enkel symptoomcontrole als doel; continue behandeling met PPI's wordt vermeden, en in elk geval zal gezocht worden naar de minimaal effectieve dosis.
  • Er zijn waarschijnlijk geen verschillen in doeltreffendheid tussen de PPI's onderling.  Gezien de geringere interactie met CYP2C19 in vergelijking met andere protonpompremmers wordt pantoprazol geselecteerd.
  • De gastroprokinetica metoclopramide en domperidon hebben bij reflux slechts een twijfelachtig effect.
  • Refluxoesofagitis is geen indicatie voor eradicatie van H. pylori.
  • Repertorium BCFI 3.1