Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.
Menu
Login redactie

Formularium Ouderenzorg

Prikkelbare darmsyndroom (IBS)

Literatuur geraadpleegd tot: 31/03/2017

  • Gezien het goedaardig karakter van deze aandoening is geruststelling een logische niet-medicamenteuze benadering. Het nut van voedingsadviezen bij ouderen is niet aangetoond. Een psychotherapeutische benadering kan overwogen worden.
  • Van spasmolytica is slechts een beperkte werkzaamheid aangetoond.
  • Bij diarree kan loperamide nuttig zijn. Hoewel het effect van laxantia bij obstipatie in het kader van IBS niet is aangetoond, kunnen ze eventueel nuttig zijn.
  • Van antidepressiva is er een gunstig effect aangetoond bij een deel van de patiënten met pijn op de voorgrond, maar de precieze plaats van deze middelen is nog onduidelijk.

Behandeling

Geselecteerd

Werkzaamheid
Loperamide, de enige in België beschikbare darmtransitinhibitor, heeft een plaats bij de symptomatische behandeling van frequente waterige diarree die vanuit praktisch oogpunt onaanvaardbaar is$$$$​. Bij de aanpak van frequente waterige ontlasting is de effectiviteit van loperamide op de stoelgangfrequentie aangetoond​​$​.

Veiligheid
Met dosering en behandelingsduur moet voorzichtig worden omgesprongen: zo laag mogelijk doseren gedurende zo kort mogelijke tijd​​​​$$​.

Geselecteerde geneesmiddelen

Hoewel een hoge leeftijd de diagnose van IBS geenszins uitsluit$​​​​, is extra voorzichtigheid geboden bij ouderen, die voor het eerst symptomen typisch voor IBS vertonen. Dan wordt coloscopisch onderzoek aangeraden. Alleen afgaande op symptomen zijn organische aandoeningen niet uit te sluiten$​​​​.

Te overwegen

Een laag FODMAP (fermenteerbare oligosachariden, disachariden, monosachariden en polyolen) dieet wordt soms geadviseerd voor patiënten bij wie andere interventies niet succesvol zijn$​​​​, het wetenschappelijke bewijs voor de werkzaamheid is zeer beperkt$​​​​. 

  • Er is geen overtuigende evidentie van de werkzaamheid van vezelsupplementen (psyllium of ispaghul, sterculia, zemelen) bij IBS$​​​​​​​​.
  • Onoplosbare vezelsupplementen (bv. tarwezemelen) kunnen de klachten bij IBS soms verergeren$​​​​​​​​$​​​​​​​​$​​​​​​​​$​​​​​​​​.
  • Oplosbare vezels (psyllium, ispaghul) hebben mogelijk een gunstig effect. Dit blijkt uit een systematisch literatuuronderzoek$​​​​​​​​, maar de bewijskracht is gering$​​​​​​​​$​​​​​​​​. Een meta-analyse meent te kunnen aantonen dat oplosbare vezels (niet de onoplosbare) toch een positief effect hebben, zonder meer ongewenste effecten$​​​​.
  • De selectie van oplosbare vezels kan overwogen worden.

Cognitieve gedragstherapie en andere psychotherapeutische benaderingen zouden voor sommige patiënten met IBS zinvol kunnen zijn$​​​$, zij het dat bewijskracht toch mager oogt en de conclusies met grote voorzichtigheid moeten gehanteerd worden$​​​.

  • Spasmolytica (alverine, mebeverine, otilonium, butylhyoscine) zouden een matig effect hebben in het bijzonder op korte termijn$​​​​​​, vaak ten koste van storende (in hoofdzaak anticholinerge) ongewenste effecten$​​​​​​.
  • Een Cochrane review toonde een beperkte evidentie voor de werkzaamheid van spasmolytica bij de behandeling van IBS$​​​​​​. De impact van een placebobehandeling is echter zeer groot.
  • De beperkte methodologische kwaliteit van de beschikbare literatuur laat niet toe een spasmolyticum te selecteren voor de behandeling van IBS.
  • Aan pepermuntolie (mentha piperata) worden spasmolytische eigenschappen toegeschreven.
  • Het nut van pepermuntolie bij de behandeling van de symptomen bij IBS staat niet vast$​​​​​​​​​​, maar de werking wordt als doeltreffend omschreven, zij het op basis van methodologisch eerder zwak onderzoek$​​​​​​​​​​.
  • In België staat pepermuntolie als geneesmiddel geregistreerd, op basis van ‘well-established use” (d.w.z. dat het middel minstens 10 jaar als geneesmiddel beschikbaar is in één van de landen van de Europese Unie)$​​​​​​​​​​. Het middel kan ook magistraal worden voorgeschreven$​​​​​​​​​​.

Er is gebleken dat antidepressiva, zowel TCA's als SSRIs, een globaal gunstig effect hebben op het klachtenpatroon van IBS, voornamelijk bij patiënten met pijn op de voorgrond$​​​​​$$​​​​​. Meer onderzoek is nodig vooraleer bij IBS de plaats van een behandeling met tricyclische antidepressiva of SSRI’s, zonder dat er sprake is van depressiviteit, kan worden vastgesteld$​​​​​$​​​​​$​​​​​.

Hoewel het nut van laxativa bij de pijnbehandeling van IBS niet is aangetoond, kunnen ze toch eventueel nuttig zijn. Lactulose wordt afgeraden, er wordt dan geopteerd voor macrogolpreparaten$.

Niet geselecteerd

Werkzaamheid

  • Een meta-analyse van studies die het effect van probiotica, prebiotica en synbiotica onderzochten bij prikkelbaardarmsyndroom (en chronische, idiopathische constipatie) komt tot het besluit dat probiotica een statistisch significant gunstig effect hebben op de klachten bij personen met IBS$​​​.   Als er al enig klinisch relevant effect zou zijn, is het onduidelijk met welk middel, aan welke dosis en op welke termijn$​​​​​​$​​​​​​. 

Richtlijnen

  • De NICE richtlijn stelt dat de personen die zelf verkiezen deze middelen te gebruiken, dit best 4 weken doen om dan het effect ervan te kunnen beoordelen. Geadviseerd wordt om zich te houden aan de dosis die door de producent wordt aanbevolen$.

Conclusie

De probiotica worden niet geselecteerd omwille van twijfel betreffende enig klinisch relevant effect. Bovendien is uit onderzoek niet uit te maken welk middel, aan welke dosis en op welke termijn dit effect bekomen wordt.

Aan andere “complementaire” of “alternatieve” behandelingen zoals acupuntuur of yoga worden gunstige resultaten toegeschreven, echter zonder overtuigend bewijs$​​​​​.

Linaclotide is een peptide met laxerende werking, structureel verwant aan bepaalde bacteriële endotoxines$​​​​​​

Werkzaamheid 

  • In klinische studies met een duur van 3 maanden en 6 maanden was linaclotide doeltreffender dan placebo op de abdominale pijn (verbetering met ≥ 30% van de pijnscore) en de darmtransit (verhoging van minstens 1 episode van spontane defecatie per week) gedurende minstens de helft van de behandelingsduur bij ongeveer 1/3 van de patiënten$​​​​​​$​​​​​​.
  • Er is gebrek aan vergelijkende gegevens met andere laxativa$​​​​​​

Veiligheid

  • De voornaamste ongewenste effecten zijn gastro-intestinale stoornissen, vooral diarree, die soms ernstig en langdurig kan zijn$​​​​​​.

Richtlijnen

  • Linaclotide (een laxativum) wordt door de American Gastroenterological Society "sterk aanbevolen" bij personen met IBS en obstipatie "op basis van wetenschappelijk bewijs van hoge kwaliteit"$​​​​​​.
  • Zowel Geneesmiddelenbulletin, Prescrire als de Folia maken bezwaar tegen het gebruik van het middel$​​​​​​$​​$​​​​​​. Hun kritiek is gebaseerd op
    • de afwezigheid van gevalideerde en geaccepteerde uitkomsmaten waarmee de klinische symptomen van IBS kunnen worden gemeten en waardoor het effect van dit (en elk ander) middel moeilijk kan geobjectiveerd worden.
    • het feit dat er geen onderzoek bekend waarbij  dit laxativum werd vergeleken met andere, meer courante, laxativa in de context van IBS.
    • het feit dat werkzaamheid en veiligheid op lange termijn niet bekend zijn.

Conclusie

  • We selecteren linaclotide niet voor de behandeling van IBS met obstipatie omwille van beperkte werkzaamheid, hoge kostprijs en onvoldoende gekende werkzaamheid en veiligheid bij langetermijngebruik.

Feedback