Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.
Menu
Login redactie

Formularium Ouderenzorg

COPD

Literatuur geraadpleegd tot: 31/12/2016

  • Medicatie voor de behandeling van COPD kan onderverdeeld worden in onderhoudsbehandeling (controllers) en symptomatische behandeling (relievers).
  • Symptomatische behandeling wordt toegepast als het nodig is om de symptomen te onderdrukken. Kortwerkende bronchodilatoren (ipratropium en salbutamol) via inhalatie zijn hierbij eerste keus.  
  • Bij onvoldoende controle met een symptomatische behandeling wordt een onderhoudsbehandeling aangeraden waarbij een stapsgewijze aanpak wordt gehanteerd. De eerste stap is een langwerkend β2-mimeticum (salmeterol). Inhalatiecorticosteroïden (fluticason) worden geassocieerd indien langwerkende  β2-mimetica ontoereikend zijn bij patiënten met ernstig of zeer ernstig COPD. Langwerkende anticholinergica kunnen overwogen worden. Langdurig gebruik van antibiotica en mucolytica wordt afgeraden.
  • Bij een acute COPD exacerbatie is de eerste stap een kortwerkend β2-mimeticum. Indien ontoereikend worden systemische corticosteroïden (methylprednisolon) toegevoegd. Bij uitblijven van verbetering of bij erg zieke patiënten is er een plaats voor antibiotica.
  • Het toestel voor inhalatie moet individueel aangepast zijn en het goed  gebruik ervan moet regelmatig gecontroleerd worden.
  • Vaccinatie tegen influenza wordt meestal aangeraden vanaf stadium 2. 

Behandeling

Geselecteerd

Patiënten met COPD vanaf stadium 2 behoren tot de groep met verhoogd risico op morbiditeit in geval van influenza waardoor vaccinatie tegen influenza wordt aangeraden$​​​​. Zie [indications:342] in het hoofdstuk "Infectieziekten".

De enige aanpak (zowel niet-medicamenteus als medicamenteus) met een bewezen gunstig effect op de evolutie van COPD is rookstop$​​​$​​​. Hierdoor kan een verdere daling van de longfunctie vermeden worden en de overlevingsduur toenemen$​​​.

Er zijn voldoende gegevens die aantonen dat regelmatige lichaamsbeweging een gunstig effect heeft op levenskwaliteit en uithoudingsvermogen. Voldoende bewegen is bijvoorbeeld dagelijks een half uur matig intensief wandelen, fietsen, zwemmen of fitness. Patiënten met ernstig COPD zijn in het algemeen al bij de longarts bekend, zijn kunnen baat hebben bij een multidisciplinair longrevalidatieprogramma$$$​​​​.

Een longrevalidatieprogramma blijkt een duidelijk gunstige en klinisch significante invloed te hebben op dyspnoe en vermoeidheid bij patiënten met ernstig COPD$​​​​​​​​$​​​​​​​​. NICE adviseert deze programma's bij patienten met stabiel COPD en beperkte inspanningscapaciteit$​​​​. Ook op gebied van inspanningscapaciteit is verbetering aantoonbaar, zij het meer bescheiden. Het effect is echter maar tijdelijk en de revalidatie zou in principe moeten worden volgehouden. Intervaltraining zou even effectief zijn als continue training en wordt mogelijk door een oudere populatie beter getolereerd. Een programma bij de patiënt thuis op basis van minimale interventies zou evenwaardig zijn aan een programma in een revalidatiecentrum$​​​​​.
Na een exacerbatie zou, op basis van beperkte evidentie, pulmonaire revalidatie in het ziekenhuis een nuttig middel zijn om recidieven te voorkomen en het aantal hospitalisaties en mogelijk ook de mortaliteit te reduceren$​​​​​​​​.
 

Te overwegen

Er is geen overtuigend bewijs voor het nut van een pneumokokkenvaccin bij patiënten met COPD ter preventie van morbiditeit of mortaliteit door pneumokokkeninfecties (Cochrane Review)$​​. Gegevens over de bescherming van het vaccin bij patiënten met onderliggend lijden (o.a. COPD) zijn schaars. De aanbevelingen inzake vaccinatie (o.a. door de Hoge Gezondheidsraad)$​​ voor chronisch longlijden zijn vooral gebaseerd op het feit dat morbiditeit en mortaliteit door invasieve pneumokokkeninfecties bij bepaalde risicogroepen hoog zijn.

Bij patiënten met ondergewicht is voedingsinterventie te overwegen. Dit is gebaseerd op volgende gegevens:

Richtlijnen
Voedingsinterventie is volgens het CBO te overwegen bij patiënten met ondergewicht in GOLD-stadia II-IV, ongewenst gewichtsverlies en/of tekort aan vetvrije massa (spiermassa) ten gevolge van COPD$​​​.

Werkzaamheid

  • Bij deze patiënten is een klein positief effect aangetoond op gewicht, spiersterkte, wandelafstand en levenskwaliteit (Cochrane review)$​​​.
  • Voedingssuppletie en de hiermee gepaard gaande gewichtstoename bij patiënten met COPD heeft waarschijnlijk geen effect op de evolutie van de longfunctie of op de inspanningscapaciteit (Clinical evidence)$​​​.

Andere overwegingen
De haalbaarheid van een voedingsinterventie bij onze doelgroep ligt evenwel niet voor de hand. Specialistisch (diëtist) advies is noodzakelijk.

Feedback